Marthe Engelborghs-Bertelsprijs voor Sinologie

Tekst vastgelegd door de Bestuurscommissie tijdens haar zitting van 28 september 2016.

1. Met het doel studies over sinologie in België en Europa te bevorderen richt de Koninklijke Academie voor Overzeese Wetenschappen in haar schoot een Marthe Engelborghs-Bertelsfonds op.

2. Het Fonds is samengesteld uit een beginkapitaal afkomstig van een nalatenschap. Het zal verhoogd worden met eventuele schenkingen aan de Academie om het Fonds te vergroten. Het saldo van de voor de toekenning van de Prijs bestemde intrest zal besteed worden aan de eventuele publicaties.

3. Het Fonds wordt beheerd door de Bestuurscommissie van de Academie die er een aparte boekhouding van houdt.

4. Het Fonds wordt opgericht om met een Prijs genaamd „Marthe Engelborghs-Bertelsprijs voor Sinologie„ de auteur van een verhandeling van hoge wetenschappelijke waarde te belonen, die onuitgegeven is of gepubliceerd sinds minder dan drie jaar, opgesteld in het Nederlands, het Frans, het Duits of het Engels in verband met de Chinese leefwereld lato sensu, hetzij continentaal China, Taiwan en de Chinese diaspora.

5. De Prijs is bestemd voor wetenschappers uit een Europees land die Chinees of een taal van de Chinese minderheden in China kennen. Deze wetenschappers moeten ook hetzij hun studies volbracht hebben in België of in een land van de Europese Unie  hetzij verbonden zijn aan een instelling van hoger onderwijs of een onderzoeksinstelling, gevestigd in een land van de Europese Unie.

6. De waarde van de Prijs bedraagt momenteel 12 500 EUR. Hij zal om de vijf jaar toegekend worden en voor het eerst in 2018. De Bestuurscommissie kan ten vroegste tien jaar na de oprichting van het Fonds het bedrag en de periodiciteit van de Prijs veranderen. 

7. De ingediende verhandelingen moeten op het secretariaat van de Academie toekomen vóór 1 februari van het jaar waarin de Prijs toegekend wordt: zes papieren en één elektronische versie volstaan. De kandidaten moeten een samenvatting van maximum 1 200 woorden, een curriculum vitae en een motivatiebrief bij hun aanvraag voegen.

8. De Prijs wordt uitgereikt door de Koninklijke Academie voor Overzeese Wetenschappen op voorstel van een Commissie ad hoc samengesteld uit:

a. de Vast Secretaris die er het voorzitterschap en het secretariaat van waarneemt;

b. drie leden van de Academie aangewezen door de Klasse voor Menswetenschappen in functie van de ingediende onderwerpen. Ten minste één lid moet tot de Klasse voor Menswetenschappen behoren. De aanwijzing zal gebeuren in de zitting van februari die volgt op het indienen van de werken;

c. ten minste twee sinologen die niet tot de Academie behoren, verbonden aan volgende universiteiten: VUB, ULB, KUL, UCL, UG en ULg en aangewezen door de Klasse voor Menswetenschappen.

De leden van de Commissie ad hoc zullen met opgeheven hand de laureaat — die een volstrekte meerderheid van de stemmen moet behalen — aanwijzen. Indien geen enkele kandidatuur na drie achtereenvolgende stemronden deze meerderheid behaalt, wordt de Prijs niet toegekend en zal een oproep tot de kandidaten gedaan worden na een periode van twee jaar.

Over de deliberatie van de Prijs wordt niet gecorrespondeerd.

9. Het verslag van de Commissie ad hoc wordt meegedeeld aan de Klasse voor Menswetenschappen vóór 1 mei volgend op de samenstelling van deze commissie.

10. De Klasse voor Menswetenschappen wijst de laureaat aan tijdens haar zitting van mei. Deze aanwijzing zal geschieden door stemming met opgeheven hand van de aanwezige gewone, geassocieerde en corresponderende leden. Om aangewezen te worden moet een kandidaat de meerderheid van de stemmen bekomen.

11. De Prijs kan niet opgesplitst worden.

12. De auteur van het bekroonde werk zal de titel dragen van „Laureaat van de Marthe Engelborghs-Bertelsprijs voor Sinologie”.

13. De Academie kan de publicatie door haar zorgen van de bekroonde en nog niet gepubliceerde verhandeling overwegen.

14. Ingeval het vermogen van het Fonds niet meer zou volstaan om een prijs van een aanzienlijke waarde toe te kennen kan de Bestuurscommissie beslissen het saldo bij het patrimonium van de Academie te voegen. Een eventuele beslissing om het Fonds in het patrimonium van de Academie te integreren kan echter niet genomen worden vóór vijftig jaar na zijn oprichting.